Botsende hersens en klinkende ego's

Heibel in de Vakgroep Wijsbegeerte en Moraalwetenschappen van de RUG. Oorvijgen worden niet uitgedeeld, maar de verwijten vliegen over en weer door de gangen van Blandijnberg. Het optreden van Etienne Vermeersch in het asieldebat zaait diepe verdeeldheid onder de Vlaamse intelligentsia. Een prima aanleiding om zich te bezinnen over volgende vraag: wat is de rol van de intellectueel in onze samenleving? De jonge filosoof Dieter Lesage amuseert zich alvast te pletter.
Door Eric Raspoet.

Etienne Vermeersch: "Ik vind dat intellectuelen hun nek moeten durven uitsteken"
Koen Raes: "Sommige vakgroepen lijken wel op verlengstukken van politieke kabinetten"
Luc Huyse: "Politici gebruiken academici als bloempot op het dressoir van hun beleid"
 
Alleen de jongens van Monty Python konden zo'n sketch bedenken: een voetbaltopper voor filosofen in het antieke Griekenland. Een bal kwam er niet aan te pas, de wijsgeren schreden het veld op en neer in toga en sandalen terwijl ze druk gesticulerend de tegenstander met argumenten om de oren sloegen. Dat leverde pittige duels op, door Monty Python voorzien van rechtstreekse commentaar. Socrates dribbelt Pythagoras met een paradox! Heraclitus loopt zich vast in een dilemma van Parmenides! Plato tackelt de doorgebroken Aristoteles met een sofisme, strafschop! Ik moet aan de sketch denken wanneer ik in de Blandijnberg van de Gentse Rijksuniversiteit rondloop. De rust in de gangen rond auditorium B is slechts schijn: in feite is dit een academisch slagveld. Hier huist immers de Vakgroep Wijsbegeerte en Moraalwetenschappen, dezer dagen verdeeld in twee vijandige kampen. Echte tackles of handgemeen zijn er niet bij, maar de munitie blijft niet beperkt tot rationale argumenten: ook persoonlijke verwijten vliegen over en weer - tot groot vermaak van de toeschouwers, die de vijandelijkheden middels columns en vrije tribunes in deze en andere kranten kunnen volgen.
Aanleiding voor het gekrakeel is het optreden van Etienne Vermeersch, professor-emeritus ethiek aan de RUG en een van Vlaanderens mediageniekste academici. In feite is de rel een naschok van de politieke aardbeving die Sémira Adamu veroorzaakte. Na de dood van de Nigeriaanse asielzoekster riep de nieuwe minister van Binnenlandse Zaken Luc Van den Bossche een commissie van deskundigen samen. Opdracht: een evaluatie maken van het Belgische asielbeleid en concrete maatregelen voorstellen om het uitwijzen van illegalen humaner te doen verlopen. Etienne Vermeersch, partijgenoot en goede bekende van de minister, aanvaardde het voorzitterschap van de commissie, die op 21 januari haar conclusies bekendmaakte. Inzetten van zakenvliegtuigen, gebruik van handboeien en toepassen van een houdgreep bij weerspannigheid, betalen van incentives om vrijwillige repatriëring te bevorderen... Het waren vooral de concrete aanbevelingen die in het oog sprongen. In het oog sprongen? Bij een aantal RUG-hoogleraren, filosofen in grote meerderheid, schoot het hele rapport-Vermeersch in het verkeerde keelgat. Met name professor dr. Ronald Commers trok in een opiniestuk ongemeen fel van leer tegen zijn gewezen mentor. Vermeersch werd onder meer verweten dat hij achter de kont van de politici aanloopt en dat zijn commissie prutswerk had afgeleverd. Daar bleef het niet bij. De professoren Commers, Jan Blommaert, Koen Raes, Freddy Mortier, Herman De Ley alsmede de doctorandi Gily Coene en Wim Van Canneyt verenigden zich in de werkgroep Asiel en Uitwijzing, die eerstdaags een alternatief rapport wil uitbrengen. Maar Etienne Vermeersch telt in de Blandijnberg niet alleen tegenstanders. Hugo Van den Enden, Johan Braeckman, Willy Coolsaet, Martin De Vlieghere, Frank Mertens en Tom Claes klommen in de pen om hun bewondering voor 's mans intellectuele moed te ventileren. Een echte frontlinie valt niet te ontwaren, want de kantoren van voor- en tegenstanders liggen kriskras door elkaar. Zoals op de Balkan.
Intussen zijn de eerste zakenjets met uitgewezen asielzoekers allang opgestegen. Wie desalniettemin belang stelt in dit achterhoedegevecht, gelieve morgenochtend om 10.00 uur op Radio 3 af te stemmen. In het programma Wereldbericht gaat Etienne Vermeersch met Freddy Mortier en Jan Blommaert in de clinch over het asiel- en uitwijzingsbeleid. Zelf concentreren we ons liever op de metakwestie: wat is de rol van de intellectueel in onze samenleving? En hoe is het gesteld met de debatcultuur van de Vlaamse intelligentsia? Geen dankbaarder toetssteen dan Etienne Vermeersch zelve. Het is immers niet de eerste keer dat de Gentse moraalfilosoof verdeeldheid zaait in de academische wereld. Zijn verzet tegen de plaatsing van Amerikaanse kruisraketten werd in progressieve kringen op applaus onthaald. Dat verstomde echter toen Vermeersch tijdens de Golfoorlog resoluut partij koos voor de Navo. Stellingnames tegen een snel toekennen van stemrecht aan migranten werkten de vervreemding van de linkse achterban nog in de hand.
"Ach ja", haalt Etienne Vermeersch de schouders op. "Ik lig niet wakker van politieke correctheid. Pas op, ik ben niet tegendraads voor de sport. Maar als het moet, zet ik mijn voet dwars. Dat valt op, want Vlaamse intellectuelen nemen zelden deel aan het publieke debat. Jammer, maar je kunt niemand dwingen. Zelf vind ik nochtans dat intellectuelen hun nek moeten uitsteken. Er zijn natuurlijk voorwaarden, je kunt niet lukraak ronkende verklaringen afleggen. Ik meng me pas in een debat nadat ik het dossier grondig heb bestudeerd. En ik leg mezelf een beperking op: als ethicus verdedig ik alleen standpunten die ik ook als politicus in de praktijk zou brengen. Mij zullen ze later geen windvaan noemen." Etienne Vermeersch is nu 65, zijn ziel zit onder een dikke eelt waarop schijnbaar zelfs de felste kritiek afketst. "Dit debat haalt geen niveau", zegt hij. "Mijn tegenstanders schermen niet met argumenten, ze spelen op de man in plaats van op de bal. Ze verwijten me dat ik het Vlaams Blok achternaloop. Dat is even goedkoop als beweren dat het aanleggen van autosnelwegen een nazistische politiek is aangezien ook Hitler autostrades heeft gebouwd. Ach ja, het is een beproefde tactiek: als je geen argumenten hebt om een echt debat te voeren, dan moet je de tegenstander maar diaboliseren."
Koen Raes, docent rechtsfilosofie en toegepaste ethiek, keert de zaken om. "Het is Vermeersch zelf die het debat tot een persoonlijke scheldpartij herleidt", zegt hij. "Hij schildert zijn critici als een fanatieke sekte af. Onzin, mij is het helemaal niet te doen om de figuur van Vermeersch. Evenmin heb ik moeite met het feit dat hij in zo'n adviescommissie zit. Integendeel, het is de taak van intellectuelen om zich met het beleid in te laten. Maar wat ik niet snap is: hoe kan een ethicus zich zo slaafs aan de macht onderwerpen? Ik moet het toegeven, het binnenhalen van Vermeersch was een meesterzet van de regering. Dankzij hem konden ze hun werkgroep als een ethische commissie bestempelen, terwijl er helemaal geen ethische toetsing van het asielbeleid aan te pas kwam. De commissie heeft een verplicht nummer opgevoerd, ze moest dienen om het officiële asielbeleid op te smukken. Het staat trouwens letterlijk in de inleiding van het rapport: de commissie aanvaardde a priori het wettelijke kader van het asielbeleid. Daar kan ik niet bij: als ethicus word je verondersteld een universalistisch standpunt in te nemen. Vermeersch had op zijn minst de kans moeten grijpen om bijvoorbeeld kanttekeningen te maken bij de legitimiteit van gedwongen repatriëringen. Maar niets daarvan, hij heeft louter en alleen uitgevoerd wat Van den Bossche hem heeft gevraagd. Alsof een ethicus in de commissie-Guillotin zich uitsluitend zou bekommeren om het efficiënt onthoofden van veroordeelden, zonder vragen te stellen over de legitimiteit van de doodstraf." Volgens Koen Raes is het incident een teken aan de wand, en een prima aanleiding om zijn stokpaardje van stal te halen. "De academische vrijheid komt in het gedrang", waarschuwt hij. "Geldgebrek is de oorzaak. De fondsen voor fundamenteel wetenschappelijk onderzoek worden steeds schaarser, zodat universitaire centra alleen nog kunnen overleven door beleidsondersteunend onderzoek te verrichten. Ze aanvaarden opdrachten van deze of gene minister, laten onderzoekers door politici financieren, sommige vakgroepen lijken wel op verlengstukken van politieke kabinetten. Daarin schuilt natuurlijk een groot gevaar: hoe kun je het beleid kritisch evalueren als je er zelf in participeert? Als student kon ik het ook al niet verdragen dat de cursus strafrecht door beroepsmagistraten werd gedoceerd."
Het is geen toeval dat het asieldebat vooral in de Gentse faculteit letteren en wijsbegeerte op het scherp van de snede wordt gevoerd. "Traditie van het huis", zegt Koen Raes. "Vroeger hielden filosofen zich met de pijn van het zijn en de smart van het hart bezig. Illustere voorgangers als Leo Apostel, Jaap Kruithof en, jawel, Etienne Vermeersch hebben daarmee gebroken, zij trokken resoluut de straat op om standpunten in te nemen. Met het nodige kabaal, want het waren allemaal grote ego's die moeite hadden om het inhoudelijke van het persoonlijke te scheiden." Van op veilige afstand volgt KUL-politicoloog en publicist Luc Huyse de intellectuele burgeroorlog aan de Leie. "Vlaanderen heeft helemaal geen academische debatcultuur", zegt hij. "Precies daarom valt dit incident op. In Nederland zijn aanvaringen onder professoren schering en inslag. In Nederlandse dagbladen en tijdschriften worden regelmatig academische polemieken gevoerd. Met het mes tussen de tanden, het gaat hard tegen onzacht." Zelf verwerpt Luc Huyse het etiket van intellectueel. "Ik schipper tussen twee identiteiten", zegt hij. "Ik ben zowel homo academicus als homo politicus. Als geëngageerd burger heb ik het recht om me in het maatschappelijk debat te mengen. Maar ik kijk wel uit dat mijn politiek engagement geen invloed heeft op mijn wetenschappelijk werk. Natuurlijk gaapt tussen beide werelden een grijze zone. Het is normaal dat wetenschappers aan het beleid deelnemen. Maar het gevaar op recuperatie is groot, politici gebruiken academici als bloempot op het dressoir van hun beleid. Misschien is Etienne Vermeersch wel in die val gelopen. Hij had het anders kunnen spelen. Zoals Cyrille Fijnaut en Raf Verstraeten in hun rapport voor de Bendecommissie. Zij hielden het bij een strikt wetenschappelijke analyse, het trekken van conclusies lieten ze aan de politiek over. Wetenschap en politiek, het is een moeilijk huwelijk. Vraag maar aan Max Weber, de grondlegger van de sociologie die tijdens de Eerste Wereldoorlog burgemeester van Brussel was. Weber was een briljante geleerde, maar aan zijn politiek avontuur heeft hij een stevige kater overgehouden."
Wie de debatten met meer dan gewone belangstelling volgt, is Patrick Loobuyck. Een licentie godsdienstwetenschappen van de KUL heeft hij al op zak, en als het een beetje meezit studeert hij in juni aan de RUG af als moraalfilosoof. Een wijsgeer met een paardenstaart die in retorische vragen spreekt en af en toe van puur enthousiasme de draad van zijn discours verliest. "Wat was ik nu aan het zeggen?", vraagt hij dan. Zijn eindverhandeling is bijna klaar, misschien moet hij inderhaast nog enkele paragrafen over de commissie-Vermeersch inlassen. Hoe kan het anders met zo'n titel: "De rol van de Vlaamse intellectuelen in de postmoderniteit." Maar wat is nu eigenlijk een intellectueel? Gewone stervelingen moeten over zo'n vraag minstens een halve minuut nadenken, maar Loobuyck heeft zijn definitie meteen klaar. "Volgens de sociologie zijn intellectuelen een verschijnsel van de moderniteit. Het zijn academici, kunstenaars, auteurs, leraars, kortom, mensen met culturele bagage die de ivoren toren van hun kennis verlaten om zich in het debat te mengen. Ze klagen dingen aan op grond van rationele argumenten en baseren zich daarbij op universele waarden. Als je goed luistert, hoor je in die definitie de echo van de Verlichting doorklinken. Traditioneel wordt Emile Zola als de eerste moderne intellectueel beschouwd. Maar je kunt de moderniteit evengoed laten starten bij Socrates, die het wereldbeeld van zijn tijdgenoten aan het wankelen bracht door kritische vragen te stellen. De eerste compromisloze intellectueel, hij heeft zijn houding met de dood bekocht."
De intellectueel die zijn ivoren toren verlaat, het beeld zit als een refrein in zijn betoog verweven. "Dat is waar de hele discussie over de commissie-Vermeersch om draait", zegt Patrick Loobuyck. "Het spanningsveld tussen distantie en engagement, tussen de kritische rede en de politieke gedrevenheid. Intellectuelen moeten van hun ladder afdalen om aan het debat deel te nemen. De vraag is echter: hoe diep mogen ze afzakken? Kunnen ze aan het beleid deelnemen zonder aan hun waarden te verzaken? Volgens de Amerikaans-Palestijnse essayist Edward Saïd is een intellectueel per definitie een balling, iemand die altijd aan de kant blijft staan. Ik vrees dat Etienne Vermeersch in het asieldebat uit die rol is gevallen, hij heeft te veel als een politicus gehandeld." Variaties op een thema: mag een intellectueel zich zo ver buiten zijn ivoren toren wagen dat hij kwansuis in de studio van Jan Publiek belandt? Voor Etienne Vermeersch geen probleem, hij is een graag geziene gast in tal van populaire praatprogramma's. "Ik volg zijn redenering", zegt Loobuyck. "Intellectuelen moeten iedere kans grijpen om zich te manifesteren. Televisie is een te belangrijk medium om helemaal aan Jan Modaal over te laten. Anderzijds vind ik het een gênante bedoening. Televisiemakers voeren aan de lopende band intellectuelen op om als deskundigen in panels te figureren. Tijd om een discours te ontplooien is er niet, na twintig seconden wordt ieder betoog afgeblokt, eigenlijk dienen die deskundigen alleen om een vooropgezette stelling te legitimeren. Je kunt zeggen: intellectuelen laten zich door de media gebruiken. Maar het omgekeerde geldt evenzeer. Kinderpsychiater Peter Adriaenssen is sinds de affaire-Dutroux niet meer van het scherm te branden. Meestal verkondigt hij wijsheden die mijn kleine teen ook had kunnen verzinnen, maar dat hindert niet. Adriaenssen is een naam geworden, zijn boeken vliegen de deur uit."
Denkers mogen nog zo briljant zijn, zonder medium schijnt hun licht onder de korenmaat. Ook hier heeft Emile Zola de weg gewezen. Alleen met de warme steun van de Franse pers kon zijn J'accuse een beslissende wending geven aan de affaire-Dreyfus. Intussen is de invloed van de pers honderdvoudig gegroeid. De incestueuze verhouding tussen media en intellectuelen, het is een van de dada's van Pierre Bourdieu. Deze Franse socioloog haalt onder meer de nouveaux philosophes door de mangel. Bernard-Henri Lévy, Alain Finkielkraut, André Glucksmann, het zijn beroepsintellectuelen die hun meningen als koopwaar aan de naar filosofische duiding snakkende Fransman brengen. Zap naar een willekeurige Franse televisiezender, en de kans is groot dat een van hen zich druk aan het maken is over Kosovo. Maar geen enkel actueel thema is hen te min. Finkielkraut is een van de intello's die gesluierde moslimtieners als maatschappelijk probleem heeft ontdekt. Een goedkope mediashow, roept Bourdieu streng. Volgens hem is de renommee van de nouveaux philosophes omgekeerd evenredig aan de diepgang van hun wijsgerige inzichten.
Bourdieu heeft nog meer interessante beschouwingen over intellectuelen in petto. In de academische wereld woedt een permanente machtsstrijd. Wetenschappers betwisten elkaar de titel van grootste intellectueel. Uit die vaststelling distilleerde Bourdieu de wet van de lange afstand. Intellectuelen citeren in hun geschriften zelden collega's uit hun omgeving. Veeleer dan hun directe rivalen een pluim te gunnen, verwijzen ze naar die ene vakgenoot uit Fiji of Madagascar. Zoals bomen die elkaar het zonlicht niet gunnen. Misschien wordt er daarom op de Blandijnberg zo fel gebakkeleid - de bomen groeien er wel erg dicht op elkaar.
Blijft de vraag: als intellectuelen zich niet met trivialiteiten genre gesluierde moslimmeisjes mogen bezighouden, waarmee dan wel? Umberto Eco formuleerde vorige week in het Canvas-programma Spraakmakers een duidelijk antwoord. Intellectuelen, zo sprak de baardige Italiaan, moeten zich inlaten met kwesties die anderen niet zien. Met hun kennis en eruditie kunnen ze onderhuidse problemen waarnemen of waarschuwen voor gevaren die voor gewone stervelingen nog in de nevelen van de toekomst zijn gehuld. Jammer genoeg hebben de Italiaanse media het zo niet begrepen. "Met alle bagatellen vallen ze me lastig", klaagde Eco. "Zelfs bij een aardbeving vragen ze mijn mening. Wat moet ik dan zeggen? Natuurlijk ben ik tegen aardbevingen."
Misschien is het symptomatisch. Volgens de beroemde Amerikaanse linguïst Noam Chomsky is de intellectueel een met uitsterven bedreigd specimen. "Hij is erg pessimistisch", weet Patrick Loobuyck. "Volgens Chomsky is de eeuw van de filosofie voorbij, loopt de moderniteit op haar laatste benen. Er zijn geen universele waarden meer, de grote ismen als marxisme, leninisme en maoïsme hebben afgedaan. Intellectuelen zoeken vertwijfeld naar hun plaats in de postmoderne samenleving." Zegt MIT-professor Noam Chomsky, maar volgens RUG-student Patrick Loobuyck loopt het allemaal zo'n vaart niet. Althans niet in Vlaanderen. "Integendeel", zegt hij, "ik stel hier zelfs een opleving van het intellectuele debat vast. Dat heeft te maken met de voortschrijdende ontzuiling. Vroeger was de academische wereld verdeeld langs de traditionele breuklijnen. Katholiek tegenover vrijzinnig, links tegenover rechts, Vlaams-conservatief tegenover belgicistisch-humanistisch. Die verzuiling werkte verstikkend, academici werden geacht loyaal het standpunt van de groep te verdedigen. Denk maar aan het abortusdebat: als katholiek was je per definitie anti, als vrijzinnige ongenuanceerd pro. Het debat over euthanasie verloopt veel serener, katholieken en vrijzinnigen vinden elkaar nu in de commissie voor bio-ethiek. Ook de kwaliteit van de discussies is verbeterd. Neem nu het mediadebat na de lancering van de VTM. Heel wat stemmen hebben zich daarin gemengd, men luisterde naar elkaars argumenten, het was een confrontatie op niveau. Weet je, door het wegvallen van de groepsdruk komt er meer ruimte voor individuele verantwoordelijkheid, toch wel een kapitaal gegeven voor intellectuelen. Vroeger ondertekende men petities in naam van een partij of drukkingsgroep, tegenwoordig signeert men in eigen naam. Zo hoort het, volgens Edward Saïd staat een intellectueel altijd alleen met zijn verantwoordelijkheid."
Het forum waarop intellectuelen zich uiten, werd de voorbije decennia grondig vertimmerd. Belangrijke periodieken als De Nieuwe Maand, Heibel en De Zwijger verdwenen één na één uit de winkel. De opiniepagina's van De Standaard en De Morgen fungeren nu als voornaamste podia. Een regelmatige gast is Dieter Lesage, de angry young man van de Belgische filosofen. Belgisch en niet Vlaams, de nuance is belangrijk voor een publicist die zich in het communautaire debat nadrukkelijk als belgicistisch profileert. Lesage (31) schreef onder meer een pamflet tegen het separatisme van de Vlaamse minister-president Luc Van den Brande en kreeg het onlangs aan de stok met de progressieve en Vlaamsgezinde filosoof Ludo Abicht. Is Nelson Mandela nu een Vlaming of een Belg, daarover werden de degens gekuist. Lesage heeft een duidelijke visie op zijn rol in de maatschappij. "Intellectuelen zijn de luizen in de pels van de politiek", meent hij. "Het is onze opdracht aan openbare discussies deel te nemen. Niet in het wilde weg, ik moet niet weten van intellectuelen die op alle fronten tegelijk strijden. Dat is het probleem met de generatie van Kruithof en Vermeersch: de ene dag schrijven ze een vrije tribune over abortus, de volgende dag bemoeien ze zich met de Golfoorlog, 's anderendaags laten ze een petitie voor asielzoekers circuleren. Dat kan natuurlijk niet, problemen zijn zo complex dat je er alleen na grondig studiewerk vat op krijgt. Onlangs werd me gevraagd een petitie voor de liberalisering van euthanasie te ondertekenen. Ik heb geweigerd, niet omdat ik tegen euthanasie ben maar omdat ik met die materie niet vertrouwd ben. Het is tenslotte geen symbolische geste. Als ik mijn handtekening zet, wil ik ook in staat zijn mijn engagement te argumenteren. Ach ja, zodra je naam ietwat bekend wordt, komen ze van alle kanten aan je mouw trekken. Onlangs werd ik door de radio opgebeld om live te vertellen hoe mijn cultureel weekend eruitzag. Daar heb ik voor bedankt, intellectuelen moeten zich niet als BV's gedragen."
Ruim dertig pagina's telde zijn antwoord op het jongste boek van Ludo Abicht. "Het beste bewijs dat ik mijn tegenstanders ernstig neem", zegt Lesage. "Ik scherm met argumenten, niet met verwijten. Meestal leg ik mijn ei in de vorm van een opiniestuk. Ongetwijfeld zitten veel lezers van De Morgen op mijn golflengte. Toch publiceer ik liever in De Standaard, waar mijn stukken telkens een stroom van boze reacties op gang brengen. Die van De Standaard zien me graag komen, ik denk dat ze mij gebruiken als alibi. Iedere bijdrage van mijn hand is een prima aanleiding om tien vrije tribunes van Vlaams-nationalisten te plaatsen. Helaas, zelden luisteren tegenstanders naar mijn argumenten, ze staren zich blind op de milde provocaties waarmee ik mijn exposé tracht te verluchten. Daarom ga ik van stijl veranderen en heel sec schrijven, zodat ze wel verplicht op mijn argumenten te antwoorden." Geen provocaties meer? Toe nou, ik kan me inbeelden hoe Lesage na ieder opiniestuk handenwrijvend de verbolgen lezersbrieven uitspelt. "Toegegeven", zegt hij in een vlaag van intellectuele eerlijkheid. "Ik amuseer mij rot."