BRUSSEL - De commissie-Vermeersch vindt dat lokale overheden, OCMW's, politiediensten en open asielcentra echt wel moeten toezien of iemand die bevel krijgt het land te verlaten, ook effectief vertrekt. Vermeersch stelt dat het ook meer dan tijd dat de regering werk maakt van het inkorten van de asielprocedure. Inclusief beroep bij de Raad van State mag ze niet langer dan een jaar duren.
De Gentse moraalfilosoof schrijft die bevindingen neer in het ontwerp van zijn eindrapport waarin hij in hoofdzaak de verwijdering van de asielzoekers moest evalueren. Volgens Vermeersch kan het verwijderingsbeleid echter niet los gezien worden van het totale asiel- en migratiebeleid, en zijn bijgevolg alle stappen in de procedure belangrijk.
De commissie noemt het onaanvaardbaar dat de huidige asielprocedures zo lang duren, en zegt aan de regering dat zowel bij de Raad van State als bij andere asielinstanties alle hens aan dek moet worden geroepen om de achterstand in te lopen. Dat is volgens de commissie echt wel nodig om dramatische situaties te vermijden, waarbij gezinnen zich al zeer goed geïntegreerd hebben en een nieuw leven hebben opgebouwd, maar dan plots te horen krijgen dat ze moeten vertrekken. Vermeersch wijst daarbij in het bijzonder naar de situatie van de kinderen die school lopen.
Minister van Binnenlandse Zaken Patrick Dewael (VLD) krijgt terzake een hint mee: ,,De commissie acht het bijzonder gewenst dat de minister in geval van gezinnen met goed geïntegreerde kinderen en waarbij de betrokken zich verdienstelijk gemaakt hebben voor de maatschappij, in ieder afzonderlijk geval zou overwegen of hij gebruik kan maken van zijn bevoegdheid om een verblijfsvergunning toe te staan om humanitaire redenen.''
De commissie noteert ook dat de Belgische overheid eigenlijk niet echt zicht heeft op de mate waarin gevolg wordt gegeven aan het bevel om het land te verlaten. ,,De commissie stelt vast dat we over onvoldoende gegevens beschikken over wat er na het eind van die procedure gebeurt. Als zou blijken dat degenen die geen asiel verkregen hebben, toch illegaal in het land verblijven, dan heeft deze methode slechts schijnbaar succes gehad.'' Vermeersch verwacht daarom een actievere rol van de lokale besturen, de politie, de OCMW's, de open centra, en noemt het ook ontoelaatbaar dat vooral die laatste twee niet echt zouden meewerken aan de uitvoering om het land te verlaten, ook al hebben ze een vertrouwensband opgebouwd met hun asielzoekers. De commissie vindt gewoon dat al die instanties het nodige moeten doen om mee de gedwongen verwijdering te realiseren.
Iemand die illegaal verder op het grondgebied verblijft, moet volgens Vermeersch alleszins op de hoogte worden gebracht dat hij elk moment kan worden opgepakt, en kan worden verwijderd of vastgehouden. Vermeersch argumenteert die harde aanpak met de passage: ,,Zodra bepaalde asielzoekers na het doorlopen van de hele procedure het bevel gekregen hebben om het land te verlaten, kan men ze ofwel ongemoeid hier laten, met het gevolg dat je een categorie van tweederangsburgers - illegalen - schept, wat strijdig is met de mensenrechten, ofwel kan men ze na verloop van tijd regulariseren, wat uiteindelijk ervaren zal worden als een politiek van open grenzen, waarvan we het finaal onhoudbaar karakter vermeld hebben. Het enige alternatief is de afgewezen asielzoekers te verwijderen.''
De overheid moet volgens de commissie terzelfder tijd ook meer investeren in het vrijwillig vertrek. Vermeersch en medewerkers lanceren ook opnieuw de suggestie om bij verwijdering weggestuurden een incentive te geven onder de vorm van cash geld of een reisticket. Ze zouden dat kunnen gebruiken om op de bestemming een en ander aan te schaffen, of eventueel verder door te reizen.
Vermeersch vraagt de wetgever tevens een einde te maken aan een aantal onhoudbare situaties. Hij heeft bijvoorbeeld meer dan problemen met het feit dat de raadkamer kan beslissen iemand vrij te laten uit een gesloten centrum, terwijl voor diezelfde persoon al alles klaar is gemaakt voor de repatriëring. De commissie vindt dat de raadkamer die bevoegdheid niet meer mag hebben.
Het rapport vraagt ook veel meer aandacht van de overheid voor de strijd tegen het zwartwerk, dat buitenlanders aantrekt.