Judas eerherstel in eigen evangelie?
Reactie Etienne Vermeersch
Volgens Schneemelcher, de top-autoriteit inzake apokriefen van het Nieuw Testament, schrijft Irenaeus rond 180 dat er een zogenaamd evangelie van Judas zou bestaan (in het Grieks), dat zou uitgaan van een Caïnitische sekte die ten dele gnostische opvattingen zou verdedigd hebben.
Het Koptisch
manuscript dat enkele jaren geleden in Egypte werd gevonden en recent
door een Zwitserse groep werd verworven, en binnenkort zal worden
gepubliceerd en vertaald, zou (als manuscript) dateren van de vierde eeuw.
De mogelijkheid bestaat dat dit een vertaling was van het Griekse
apokriefe evangelie waarover Irenaeus spreekt. We moeten dat echter
afwachten.
Er staan in Le Monde onjuistheden. De Griekse 'Judas' zou vermoedelijk tussen 140 en 160 geschreven zijn. Dat is zeker niet gelijktijdig met de kanonieke evangeliën.
Momenteel neemt men in brede kring aan dat het evangelie van Marcus
geschreven zou zijn rond 70; dat van Mattheus rond 90 (85-95), Lucas
rond 95 (90-100) en Johannes rond 100 (95-110). Er bestaat een
papyrusfragmentje van Johannes dat rond 120-130 te dateren is. Als dit
fragmentje representatief is voor de volledige tekst (wat niet zeker
is), zouden we kunnen afleiden dat het laatste kanonieke evangelie
rond 120 moest bestaan.
De apokriefe Judas kan dus moeilijk gelijktijdig met de kanonieke
evangeliën ontstaan zijn; zeker voor Marcus is dat totaal uit te
sluiten.
Gnostische elementen zijn in mijn optiek rond 90-100 in het christendom
binnengedrongen: zowel Johannes als het (latere) Thomasevangelie
vertonen daar sporen van.
De tendens om wat traditioneel goed en kwaad was om te keren, dateert
vermoedelijk van nog later: er is een gnostisch evangelie waarin
Jahweh de boze god is en de slang in het paradijs een afgevaardigde van
de goede god (hij brengt de 'kennis van goed en kwaad' !); Jezus is
dan de nieuwe afgevaardigde van de goede god, die de 'gnosis' (kennis)
brengt tegen de obscurantistische Jahweh. Vanuit dit soort denkwijze
kan men ook Caïn en Judas als vertegenwoordigers van die goede god
beschouwd hebben (vandaar de 'Caïnistische' secte).
Ik wacht met enige spanning op de tekst, maar vanuit mijn kennis van
het domein verwacht ik daarvan niets nieuws voor wat betreft het mainstream christendom (Paulus en de kanonieke evangeliën) dat in essentie tot de tweede helft van de eerste eeuw behoort; terwijl ik overtuigd ben dat de apokriefen (van allerlei pluimage) ontwikkelingen van de tweede eeuw
zijn, die verder fantaseren op details uit de oorspronkelijke teksten
(zie bv. de hype rond Maria Magdalena, een vrouw waarover we ongeveer
niets weten en die m.i. niet eens bestaan heeft).
Etienne Vermeersch
ps: Na lectuur van het
Judasevangelie hoef ik niets toe te voegen aan de tekst hierboven: ik
heb geen echt nieuwe inzichten gevonden."
www.etiennevermeersch.be
7 april 2006
Laatst gewijzigde documenten
Sitemap