Interview Etienne Vermeersch in Het Nieuwsblad
Mijn moeder weet het ondertussen: toen ik in de jaren tachtig aan de Gentse universiteit studeerde ging ik bijna nooit naar de les. Maar voor de lessen van professor Etienne Vermeersch (74) maakte ik graag een uitzondering, ook al waren het lessen voor andere richtingen. Hem zien doceren was een hoogmis. Nog steeds ontroert de intellectuele rebel mij.
"Stop met zoveel kinderen te maken".
"Ik ben op mijn best als ik hard werk, dat is meteen ook de tragiek van mijn bestaan. Maar ik klaag niet".
Etienne Vermeersch werd geboren in Sint-Michiels-Brugge op 2 mei 1934. Hij studeerde Klassieke Filologie en Wijsbegeerte aan de universiteit van Gent, werd in 1967 benoemd tot gewoon hoogleraar en gaf les in filosofie. Hij was vicerector aan de universiteit van 1993 tot 1997, ijverde als woordvoerder van maatschappelijke bewegingen voor ethische hervormingen, is stichtend lid van Skepp, de organisatie die zich afzet tegen het paranormale. In januari 2008 werd hij door honderd prominente Vlamingen verkozen tot "meest invloedrijke intellectueel van Vlaanderen". Etienne Vermeersch is een van de belangrijkste grondleggers van de legalisering van euthanasie en abortus.
Vermeersch ontvangt mij thuis, in zijn volgestouwde kantoor. Ik krijg 90 minuten om een balans te maken van zijn leven. Professor, ik gun u het eeuwige leven, maar nu heeft u nog 48 uur te leven.
Etienne Vermeersch: Mozart is amper 34 jaar oud geworden, ik heb dus al twee keer het leven van Mozart geleefd. Ik wil graag nog langer leven, maar het mag voor mij ook over 48 uur ophouden. Ik zou daar geen drama van maken omdat ik vind dat ik een goed leven heb gehad. Ik heb meer gekregen dan 99 procent van de mensen die tot nu toe geleefd hebben. Niet alleen wat de lengte van het leven betreft, maar ook de kwaliteit.
Hoe meet u de kwaliteit van het leven?
Door de vraag of je je goed voelt. Je kunt dat geluk noemen. Ik werk nog steeds acht tot tien uur per dag. Ik voel mij daar euforisch bij, dat is een vorm van welzijn. Ik ben op mijn best als ik hard werk, dat is meteen ook de tragiek van mijn bestaan. Maar ik klaag niet.
Bent u bang van de dood?
Helemaal niet. Er is een eeuwige discussie met Jaap Kruithof die nooit wou geloven dat ik niet bang ben voor de dood. Epicurus zei: Zolang jij er bent, is de dood er niet. Als de dood er is, ben jij er niet meer. Je zult de dood nooit ontmoeten, je hoeft er dus niet bang voor te zijn.
Op uw 74 blijft u er jong en sterk uitzien: geen grijs haar én immer tintelende ogen. De jaren hebben geen greep op u.
Ik heb toch al twee hartinfarcten gehad, ik kreeg een viervoudige bypassoperatie, ik heb diabetes en ik voel hier en daar wat spierpijnen. Ik aanvaard dat allemaal en trek me daar niet veel van aan: die kwaaltjes tasten mijn welzijnsgevoel niet aan. Zodra ik een ziekte heb waarbij ik heel veel pijn lijd die mijn welzijnsgevoel fundamenteel aantast zou ik voor euthanasie kiezen.
U bent geboren in Sint-Michiels bij Brugge, schetst u even uw achtergrond?
Ik heb een broer en een zus. Mijn vader was van huis uit smid, later ging hij aan de slag bij de spoorwegen als stoker en daarna machinist. Ik had ook ooms die machinist waren bij de spoorwegen. Ze spraken altijd over de instructeur. Ik wilde meteen instructeur worden. Na enige tijd hadden ze het over de ingenieur. Wat is dat? vroeg ik. Dat is nog veel hoger! Dus wilde ik ingenieur worden. Thuis wensten mijn vader en moeder dat hun kinderen het beter zouden hebben dan zijzelf. Eenmaal in de humaniora kreeg ik een grote voorliefde voor wis- en natuurkunde.
U bent vijf jaar jezuïet geweest in Drongen. Waarom?
Ik was diepgelovig en vroom opgevoed. In de loop van de 3de Latijnse las ik het boek Zuster Virgilia van Gerard Walschap, daardoor werd ik ongelovig. Ik zag plots in dat godsdiensten volstrekt onbewezen waren. Uiteindelijk heb ik, in een vorm van existentialisme, de sprong naar God gemaakt. Ik wist dat je het niet kon bewijzen en toen ik toch aan het springen was, sprong ik door. Ik besliste toen om jezuïet te worden.
Bizar toch?
Ja, dat klinkt bizar maar er zit een logica in. Ik had gewoon de behoefte om zin te geven aan het leven en op dat moment kon ik niets anders doen. Mijn moeder vond mijn keuze oké, mijn vader begreep het niet, hij zag mij liever ingenieur worden.
Was er geen meisje dat u tegenhield en mooie dingen in uw oren fluisterde?
Dat bestond bij ons niet. (lacht) Als wij op straat liepen met een meisje en we konden niet bewijzen dat het onze zus was vlogen we uit het college. Ik was al 25 toen ik voor het eerst een meisje kuste.
Hebt u tijdens uw opleiding bij de jezuïeten het licht gezien?
Neen, langzamerhand besefte ik dat het systeem niet samenhangend en geloofwaardig was, ook de Kerk in het algemeen overtuigde mij niet meer. Toen ik uittrad geloofde ik nog in God, maar ik had mijn geloof in de Kerk verloren. Ongeveer anderhalf jaar later, na veel nadenken, stelde ik vast dat ik volkomen ongelovig geworden was. Intussen had ik een andere levensbeschouwing opgebouwd. Er zijn veel mensen die denken dat ik uitval tegen de Kerk uit een rancune voor mijn verleden. Dat is absoluut niet waar, het was een noodzakelijke fase in mijn ontwikkelingsgang.
U bent eind 58 uitgetreden, ging Filosofie studeren in Gent en werd er snel assistent onder professor Leo Apostel. In 66 begon u zelf les te geven. Bent u tijdens uw universitaire carrière naar waarde geschat?
Ik heb 31 jaar lang enorm graag les gegeven. Ik heb nooit de indruk gehad niet gewaardeerd te worden. Je kan overigens niemand verwijten dat ze je niet volledig naar waarde schatten als ze je werk niet kennen. Er zijn vast weinig mensen die mijn doctoraat gelezen hebben. Maar door mijn andere teksten, vooral artikels en lezingen, heb ik nogal wat waardering ondervonden.
Zou u alles meteen opnieuw doen met alle levenservaring en wetenschap die u nu hebt?
Ik heb tijd verloren. Als ik in de humaniora de boeken gelezen had die ik nu heb, zag mijn leven er totaal anders uit. Dan was ik onmiddellijk volledig ongelovig geworden. Door het boek Kriminalgeschichte des Christentums van Karlheinz Deschner zijn mijn ogen helemaal opengegaan. Deschner beschrijft alle misdaden van het christendom door de jaren heen, al de oorlogen, al de vervolgingen, de slavernij noem maar op. Allemaal onder het mom van godsdienst. Je kan die lijn ook naar de islam doortrekken.
En het Kinseyrapport, bijvoorbeeld, heb ik pas gelezen toen ik 25 was, het heeft mijn visie op seksualiteit totaal veranderd. Ik ben zeer preuts opgevoed, na het lezen van dat boek heb ik nooit meer een probleem over seksualiteit gehad. Toen ik las dat 92% van de jongens masturbeerde, begreep ik dat ik een uitzondering was.
Hebt u spijt van bepaalde levenskeuzes?
Nee, je mag nooit spijt hebben van dingen die je beslist hebt, als je motivering toen goed was.
Ook niet van het vaderschap dat aan u is voorbijgegaan?
Op een bepaald moment hebben we daar afstand van genomen. Daar zit voor een deel de gedachte in dat iemand het voorbeeld moet geven op het gebied van overbevolking. Natuurlijk zijn er ook andere redenen.
Welke fouten hebt u gemaakt in uw leven?
Ik heb mensen ontgoocheld, dingen beloofd die ik dan vergat of niet deed. Dat zijn zaken waar ik het meest spijt van heb. Iemand vroeg mij eens of ik haar wou komen bezoeken en ik had dat beloofd maar was het vergeten. Drie maanden later pleegde die vrouw zelfmoord.
U bent inspirator van de abortuswet en de euthanasiewet in België. Zijn dat de belangrijkste dingen die u in uw leven hebt gedaan?
Ja, maar ik was uiteraard niet alleen.
Wat was de belangrijkste historische gebeurtenis in uw leven?
De Tweede Wereldoorlog heb ik zeer intens beleefd. Ik was 6 jaar toen die uitbrak, dat is de grootste cesuur die je je kan voorstellen. De periode ervoor en erna waren totaal verschillend. Ik heb ook een zwaar bombardement meegemaakt met vernielde huizen op een paar honderd meter van het onze. Dat had tot gevolg dat ik daarna niet meer bang was.
Wat wil u nog doen tijdens uw laatste 48 uur?
Dat overleg ik eerst met mijn partner. Ik hou het rustig. Laat mij nog een aantal mooie wiskundige bewijsvoeringen nalezen, van sommige krijg ik de tranen in de ogen. Archimedes bijvoorbeeld heeft moeilijke bewijsvoeringen geschreven maar zo mooi. Ik wil ook nog een paar stukjes over fysica en kosmologie herlezen. Daarna wil ik wat esthetische zaken herbekijken. Natuurbeelden, maar vooral kunst. Ik blader in kunstboeken en op internet surf ik naar een aantal mooie sites, over Toetanchamon en over Italië. Ik lees ook nog een aantal gedichten waar ik van houd. En dan is er natuurlijk muziek. Dat wordt een zware opgave. Ik verkies twee cantates van Bach en sommige stukken uit zijn Matthäuspassie, iets van Mozart en Beethoven. Ook nog de Vier letzte lieder van Richard Strauss en ik eindig met het strijkkwintet van Schubert, dat is van een onbeschrijfelijke schoonheid.
U kiest voor de fijnzinnigheid van de poëzie en de kunsten. Wil u ook nog culinaire hoogstandjes op je bord?
Ah, ja. Als je maar 48 uur hebt maak je er het beste van. Ik heb suikerziekte, iets eten met veel suiker is dan geen enkel probleem meer. Ik geef me een spuit en het probleem is opgelost. Ook zaken die nadelig zijn voor het hart op lange termijn, moet ik mij dan niet langer aantrekken. Ik sta graag in de keuken, de duif en tong die ik klaarmaak zijn speciaal. Ik nodig familie en vrienden uit en we heffen het glas. Een zekere vorm van psychische activiteit moet er ook bij zijn. Misschien schrijf ik nog een paar teksten. Lichamelijke bevrediging? Op mijn leeftijd zijn daar kunstgrepen voor nodig. Je zal nu zeggen: Viagra, maar om zo een hele tijd in de weer te zijn, nee, ik zal het maar zo laten. (lacht)
Zou u nog experimenteren met drugs?
Ik heb ooit eens hasj geprobeerd en het deed me niets. Een xtc-pil zou ik zeker niet nemen omdat je niet weet wat er gebeurt. Wat ik misschien nog zou doen, maar dan echt helemaal op het einde, is een heroïneshot. Omdat men zegt dat dat een enorm genot geeft. Een paar minuten voor je dood kan je toch niet meer verslaafd worden, ik wil de nadelige gevolgen niet beleven; maar in feite zou ik mij niet de moeite getroosten om aan het spul te geraken. (lacht)
Stel dat u nog de samenleving mag toespreken, wat zou u meedelen?
Dat ze moeten stoppen met zoveel kinderen te maken. Toen ik een kleine jongen was, waren er twee miljard mensen. Mocht men toen overal ter wereld sterke geboortebeperkingen hebben ingevoerd dan waren we nu misschien met drie tot vier miljard. Die zouden het veel beter gehad hebben dan de meer dan zes miljard mensen nu. Een kleuter kan dat inzien, maar de meerderheid van de leidende figuren in de wereld niet.
We hebben ook dringend een internationale taal nodig. Als je Engels als internationale taal blijft gebruiken, zijn veel mensen zwaar benadeeld. Een kunstmatige internationale taal zou niemand een voorsprong geven. Iedereen kan dat perfect leren in een jaar tijd.
Hebt u al een testament opgesteld?
Dat ligt eigenlijk al grotendeels vast. Mijn uitvaart ook trouwens.
Wordt het een mooie kerkelijke dienst?
Je bent zot zeker? Normaal gebeurt de dienst in het crematorium van Lochristi. Ik heb al een tekst klaar van Salomon, hoofdstuk 2, vers 1 tot 9, die is geschreven rond 50 voor Christus. (zoekt het op en leest voor) Kort is ons leven en vol verdriet. Er is geen remedie als de mens doodgaat en het is nooit vertoond dat iemand uit de onderwereld terugkwam. Onze naam wordt op den duur vergeten en niemand denkt nog aan wat we gedaan hebben. Ons leven gaat voorbij als de laatste sporen van een wolk. Het lost zich op als een nevel die verdreven wordt door de stralen van de zon en bezwijkt voor haar gloed. Vooruit dan, laten we ons tegoed doen aan kostelijke wijn en aan parfums en laat geen lentebloesem ons ontgaan. Laten wij ons bekransen met rozenknoppen voordat ze verwelken. Geen feestwei mag verstoken blijven van ons plezier. Mooi hé.
Bij de mensen die mij kennen? Als iemand die warm en lief is.
www.etiennevermeersch.be
© 2008 Corelio Publicatie: Het Nieuwsblad / Waasland Publicatiedatum: 11 oktober 2008
Laatst gewijzigde documenten
Sitemap