Het pad van de multiculturelen gaat de verkeerde kant op
Etienne Vermeersch dient de aartsbisschop van Canterbury en de Turkse premier van repliek.
Nadat
de Britse aartsbisschop Rowan Williams vorige week een plaats had
opgeëist voor de sharia in zijn land, riep de Turkse premier Erdogan de
Duitsers van Turkse origine op zich niet te assimileren. Etienne
Vermeersch schept het kader om een oordeel te vormen over hun
uitlatingen.
Wie de historiek maakt van de ontwikkeling van de
ethiek tijdens de laatste drie millennia, stelt vast dat twee waarden
zich daarin steeds duidelijker geprofileerd hebben: de naastenliefde en
het respect voor het individu. Aanvankelijk stond de solidariteit met
de 'naaste', als 'meest nabije', centraal: familieleden, buren, stam,
natie... Maar in de parabel van de Barmhartige Samaritaan werd dat
uitgebreid tot alle mensen.
Parallel daarmee groeide het besef dat mensen in
essentie gelijk zijn en in dezelfde mate recht hebben op
zelfbeschikking. Die waarden: volwaardige zelfontplooiing van elk
individu en de opgave om alle mensen daaraan deel te laten hebben, zijn
niet intern tegenstrijdig; ze vormen samen de basis van een ethiek die
de toekomst voor zich heeft.
Dat veronderstelt echter dat we een adequaat
beeld hebben van onze plaats onder de mensen. Iedereen heeft het
basisrecht voor zichzelf het geluk na te streven. Dat is echter niet
realiseerbaar zonder het geluk van de onmiddellijke 'naasten':
familieleden, vrienden. En wie nadenkt, beseft dat dat ook geldt voor
de mensen van eigen buurt en werkkring en uiteindelijk voor al degenen
met wie we in solidariteit verbonden zijn, via allerlei instellingen,
sociale zekerheid, enzovoort. In een wereld die steeds meer één wordt,
dijt dat gemeenschapsbesef noodzakelijkerwijze uit naar alle mensen.
Individualisme en naastenliefde vertrekken dus van hetzelfde
uitgangspunt: het individu, maar breiden zich in concentrische cirkels
uit tot de hele mensheid erin betrokken wordt. Essentieel daarbij is
dat er graden in solidariteit zijn: je hebt het recht het meest van je
eigen kinderen te houden; maar ook dat de gradaties in solidariteit te
maken hebben met de mate van interactie met de anderen: je bent meer
solidair met de mensen van je eigen bedrijf dan met een onbekende in
een vreemd land.
Dat ethische ideaal wordt op twee wijzen in het
gedrang gebracht: het egoïsme, dat een individualisme is zonder
solidariteit, en het collectivisme, dat solidariteit eist zonder
respect voor het individu.
Rootisme
De ergerlijkste vorm van zo'n collectivisme is
het racisme, dat stelt dat mensen in positieve of negatieve zin bepaald
zijn door een reeks (echte of denkbeeldige) gemeenschappelijke
eigenschappen die via biologische afstamming verworven zijn. Een racist
definieert andere mensen op grond van hun genetische oorsprong: hij
identificeert (en stigmatiseert) hen niet op grond van wat zij als
persoon zijn, maar op basis van hun afstamming. Ook het extreem
nationalisme beperkt op vergelijkbare wijze de solidariteit tot één
enkele groep en het collectivistische aspect ervan (du bist nichts,
dein Volk is alles) schakelt het individu bijna volledig uit.
Een ander gevaar nu ligt in een fenomeen dat ik
'rootisme' genoemd heb. Terwijl de racist anderen op biologische
gronden in een vakje plaatst, doet de 'rootist' (van roots, wortels)
dat met zichzelf: hij is ervan overtuigd dat de eigen identiteit
bepaald wordt door biologische afstamming. Rootisme is niet zo
verderfelijk als racisme, maar het heeft er een verdacht biologisch
aspect mee gemeen. Als jongeren die hier geboren en getogen zijn, zich
toch als Marokkaan beschouwen, dan baseren ze dat op het feit dat ze
biologisch van Marokkanen afstammen. Daarmee gaat veelal de overtuiging
gepaard dat men aan de eigen roots trouw moet blijven op het gebied van
nationaliteit, cultuur, godsdienst.
Voorstanders van een 'multiculturele samenleving'
zijn geneigd dat rootisme te stimuleren. Ze vinden het passend dat
mensen zich op basis van hun afstamming als leden van een bepaalde
groep beschouwen die een eigen gemeenschappelijk groepsbesef in stand
moeten houden. Het individu wordt daarbij geacht zich aan de normen van
die groep te houden (collectivisme) en die groep zelf vereist een
bijzondere solidariteit ('Eigen volk eerst'). Mensen zijn zoals gezegd
individuen, die hun eigen mogelijkheden ten volle in alle richtingen
moeten kunnen ontplooien en zich het meest solidair voelen met degenen
met wie ze echt samen leven en werken. Het is daarom een belangrijke
opgave kinderen van allochtonen ervan te overtuigen dat het rootisme
zowel om pragmatische als om ethische redenen een verkeerde houding is.
Wie in dit land geboren en getogen is, en van plan is er zijn hele
leven door te brengen, is uiteraard een burger van dit land en het is
een vreemde gedachte te menen dat men eigenlijk tot Turkije, Marokko of
een land behoort waaraan men sporadisch een bezoek brengt. Wie denkt
een bepaalde godsdienst te moeten aanhangen op rootistische gronden,
doet afstand van het zelfbeschikkingsrecht van het individu dat door
eigen onderzoek tot een wereldbeschouwing komt.
Sharia
Die principiële stellingnamen verdienen
verheldering en nuancering (zie mijn stuk daarover in
etiennevermeersch.be), maar zo vormen ze de grondslag om een oordeel te
vormen over de uitlatingen van Rowan Williams, aartsbisschop van
Canterbury, betreffende de plaats van de sharia in Engeland en die van
de Turkse premier Recep Erdogan betreffende assimilatie als schending
van de mensenrechten. De maatschappij waarin de bedoelde mensen van
allochtone afkomst (tweede generatie) verkozen hebben te leven, is de
Duitse, Britse... De natie, de taal, de intellectuele en technische
cultuur waarin ze onder andere via het onderwijs zijn opgegroeid, zijn
de Duitse of de Britse; hetzelfde geldt voor de werkkring, de fysische
ruimte, het recht, de sociale en andere diensten. Het is dus een
tegennatuurlijke houding binnen dat brede solidaire geheel op basis van
biologische afstamming een afzonderlijke 'Eigen volk eerst'-groep te
vormen, met een eigen solidariteit en een onderdrukking van het
individu, dat aan een eeuwenoude sharia wordt onderworpen. Dergelijke
standpunten gaan in tegen de algemene toe te juichen tendens tot een
uitdijende solidariteit en een groeiend respect voor het individu. Die
ontsporingen hebben slechts één nut: ook onze 'multiculturelen' kunnen
nu stilaan inzien waartoe hun pad leidt.
Etienne Vermeersch is moraalfilosoof en gewezen vicerector van de Universiteit Gent.
© 2008 De Persgroep Publishing
Publicatie: De Morgen
Publicatiedatum: 16 februari 2008
Auteur: Etienne Vermeersch
Laatst gewijzigde documenten
Sitemap