Geef “Eigen Volk Eerst” op, en u mag meeregeren (Over het Vlaams Blok)
Geef “Eigen Volk Eerst” op, en u mag meeregeren (Over het Vlaams Blok)
In discussies in de pers en op internetfora is het de gewoonte geworden op de man, i.p.v. op de bal te spelen: men valt personen aan, vaak met sneren en schimpscheuten, zonder op de grond van de zaak in te gaan. Hoewel ik tot nu toe noch inzake Zizek, noch inzake psychoanalyse en pseudowetenschappen, aan het woord kwam, heeft men mij er herhaaldelijk op negatieve wijze bij vermeld.
Toch houd ik mij hier ver van persoonlijke aanvallen en laatdunkende uitspraken: ik preciseer alleen enkele standpunten. Wie het daar niet mee eens is, wordt verzocht aan te tonen dat de stellingnamen zelf onhoudbaar zijn; beledigingen zijn een bewijs dat men dit niet kan.
Het 'skepticisme' dat wereldwijd door een vrij groot aantal verenigingen wordt verdedigd, is wars van elke vorm van dogmatiek. De basisstelling luidt immers: "Wij zijn bereid de geloofwaardigheid van elke bewering te onderzoeken, maar hoe meer onwaarschijnlijk een uitspraak is, op basis van de betrouwbare kennis die we bezitten, des te meer verpletterend moet het bewijsmateriaal voor die uitspraak zijn."
Wij noemen 'pseudowetenschappen', die verzamelingen van beweringen die a priori zo onwaarschijnlijk lijken, dat materiaal van die aard nodig is vooraleer men er geloof aan kan hechten. Er bestaan echter gradaties in onwaarschijnlijkheid (de psychoanalyse is minder onwaarschijnlijk dan de astrologie).
De grens tussen wetenschap en pseudowetenschap valt dus niet scherp te trekken. Desalniettemin blijft het onderscheid zinvol. Ook de grens tussen volwassenheid en onvolwassenheid is niet scherp; toch is dat onderscheid nuttig.
In de wetenschappen streeft men ernaar betrouwbare kennis te bereiken en men beseft dat men hiertoe aan een aantal strenge voorwaarden moet voldoen.
Het bestaan van dergelijke omstreden randgebieden in veel wetenschappen leidt vaak tot een noodlottige misvatting: men veralgemeent deze situatie naar de wetenschappelijke theorieën en wetten in hun geheel.
Nochtans bestaat op het stuk van betrouwbaarheid een onmiskenbare hiërarchie tussen (a) theorieën en wetten waaraan geen redelijk mens twijfelt, (b) andere die een groot aantal geleerden als nagenoeg vaststaand beschouwen en (c) nog andere die velen, of de meesten, slechts als werkhypothesen beschouwen.
Er zijn enkele belangrijke doorbraken gebeurd door mensen die ingingen tegen de gangbare meningen. Zij deden dat echter door een nieuwe theorie te ontwikkelen waarvan ze wisten dat die geverifieerd moest worden. De theorieën van de pseudowetenschappers zijn meestal zo oud als de straat, en de enkele andere (bv. Velikovsky) trekken zich van verificatie nauwelijks iets aan.
Er zijn graden van betrouwbaarheid en naarmate wetten en theorieën meer en meer de toets van de controle op de feiten doorstaan hebben, stijgt hun betrouwbaarheid tot die een niveau van nagenoeg zekerheid bereikt. Als iemand 'niet helemaal zeker' is dat het produceren van een stevige elektrische vonk bij een blok TNT, op grond van scheikundige wetten een ontploffing tot gevolg heeft, dan moet hij het maar eens van dichtbij uittesten ...
De basisstellingen ervan, bij Freud, waren bij hun ontstaan niet manifest met de harde kern van de wetenschappen in strijd (wat wel het geval is met de astrologie en de homeopathie). De leer over de 'verdringing', als afweermechanisme en als oorzaak van psychische storingen, kon correct zijn; hetzelfde geldt voor de stadia in de ontwikkeling, de structuur van de menselijke persoonlijkheid, en de klinische benadering via vrije associatie en droomanalyse.
Een eerste aantasting inzake geloofwaardigheid was echter dat meerdere leerlingen van Freud een eigen weg insloegen (Adler, Jung, Rank, Reich, ...), wat de betrouwbaarheid van de basisinzichten aan het wankelen bracht.
Een tweede aantasting was het ontstaan van immunisatiestrategieën (uitleg voor onverwachte fenomenen); iets wat op fijnzinnige wijze door Popper werd geanalyseerd in het geval van Adler.
Ten derde zijn er de recente onderzoekingen die kernbegrippen zoals de Freudiaanse verdringing, het Oedipuscomplex, de castratievrees; enz. op de helling plaatsen. En vooral is er de interpretatie van Lacan, waarvan het pseudowetenschappelijk karakter voor de hand ligt.
Wie heeft er enige zin voort te lezen als hij verneemt dat de penis in een zekere zin gelijkgesteld wordt aan het imaginair getal i (de vierkantswortel uit -1)? Wie dat toch doet, leert even verder dat het imaginaire getal als prototype geldt van een irrationaal getal!
Hier wordt een totaal onbegrepen wiskundige taal gebruikt om duistere psychologische fenomenen te 'verhelderen'. Nochtans is een duidelijke taal de minimale voorwaarde om een theorie te verifiëren of te falsifiëren: waar dat ontbreekt, kan geen sprake zijn van wetenschap.
Ik wil herhalen dat ik hier geen (nog levende) personen op het oog heb. Ik ken mensen die in een psychoanalytisch kader therapeutisch werken en dat blijkbaar tot bevrediging van hun patiënten doen. Ik wijt dat echter vooral aan hun menselijke kwaliteiten.
Etienne Vermeersch
http://www.dewereldmorgen.be/artikels/2011/12/20/etienne-vermeersch-over-pseudowetenschappen