6 juli 2006
De Standaard | Etienne Vermeersch
Eternit heeft te weinig gedaan om gezondheidsproblemen als gevolg van asbestgebruik te voorkomen, zo meldt Knack deze week. Etienne Vermeersch nuanceert en blikt terug op de ,,misplaatste aanval'' van het weekblad op Karel Vinck.
Eternit heeft te weinig gedaan om gezondheidsproblemen als gevolg van asbestgebruik te voorkomen, zo meldt Knack deze week. Etienne Vermeersch nuanceert en blikt terug op de ,,misplaatste aanval'' van het weekblad op Karel Vinck.
Sinds onder meer een ophefmakend artikel van kankerspecialist Julian Peto en anderen in The Lancet in 1995 is het in brede kring doorgedrongen dat de productie en de verwerking van asbest een rampzalige technologische ontwikkeling geweest is, die in de komende jaren de dood van honderdduizenden mensen tot gevolg zal hebben. De bekoring is dan ook groot om naar de oorzaken van deze ontsporing te zoeken en de verantwoordelijken' aan te wijzen. Dat lijkt des te eenvoudiger omdat men kan aantonen dat het verband tussen asbest en de ziekte asbestose sinds de jaren dertig van de vorige eeuw bekend is en dat men sinds het begin van de jaren zestig weet dat asbest ook mesotheliomen (long- en buikvlieskanker) veroorzaakt. Zodra we echter de vraag stellen in welke mate een adequaat inzicht in die risico's buiten een enge kring van specialisten was doorgedrongen, wordt een billijke beoordeling heel wat moeilijker.
Asbest was, zowel vanuit technologisch als economisch oogpunt, een echt wonderproduct. Alleen al voor brandbeveiliging was het onovertroffen, maar ook op andere vlakken waren er duizenden toepassingen. Het enthousiasme over de technologie bereikte zijn hoogtepunt in de jaren zestig en de enkele negatieve geluiden werden meer dan overstemd door de positieve.
Om de toenmalige algemene mentaliteit in te schatten kun je een blik werpen in encyclopedieën uit die tijd. Zo vind je in de Britannica van 1966 onder het trefwoord ,,asbestos'' nog geen woord over mogelijke risico's. In de uitgave van 1974 wordt alleen onder het trefwoord ,,cancer'' gewezen op een kankerrisico voor arbeiders in de asbestindustrie, vooral als ze roken. In de Yearbooks van 1966 tot 1977 vinden we slechts sporadisch aanwijzingen in dezelfde richting; alles samen een vijftigtal regels. Uit zo'n onderzoek en ook uit andere bronnen blijkt dat pas vanaf 1977 een bredere bewustwording ontstaat over de reële omvang van deze risico's. In dat jaar schrijft de Franse professor Jean Bignon een brief aan premier Barre, waarin het probleem in zijn volle dimensie wordt geschetst. In 1978 richt de surgeon general' een brief aan alle Amerikaanse artsen met een vergelijkbare inhoud, waaruit blijkt dat er ook binnen de medische wereld weinig aandacht voor dit gevaar bestond. En nog in 1978 keurde het Europees Parlement een resolutie met dezelfde strekking goed.
In 1982 volgen dan een belangrijk symposium in Montreal, de processen tegen de Amerikaanse firma Johns-Manville en een Britse tv-documentaire: ,,Alice, a fight for life''. Maar zelfs dan bleef het moeilijk om een duidelijk beeld te krijgen: de consensus bleef uit. In 1986 schreef Claude Allègre, vooraanstaand wetenschapsmens en later Franse minister van wetenschapsbeleid, in verband met het asbestprobleem van Jussieu: ,,Par un effet de psychose collective on a transformé un problème mineur en un risque majeur''. En zelfs in een grondig advies van 1996 van die Académie werden de risico's verregaand onderschat.
De Europese Unie nam slechts in 1983 de eerste maatregelen die ernstig rekening houden met het probleem - in België toegepast in 1986 (!). Na verbeteringen in 1991 en 1998 werd asbest uiteindelijk volledig gebannen in 1999, zij het pas met ingang van 2005.
Ongetwijfeld zijn er op diverse niveaus ernstige fouten gemaakt die aan talloze mensen onherstelbare schade hebben berokkend; de slachtoffers daarvan moeten natuurlijk worden vergoed. De verantwoordelijkheden zijn echter verdeeld. Of die naast het burgerlijke vlak ook een strafrechtelijk luik moeten hebben, is zeker een onderzoek waard want er zijn lessen te trekken voor de toekomst. Maar zo'n beoordeling kan niet billijk zijn zonder het hele dossier te kennen, inclusief de doorstroming van informatie en de evolutie van de algemene mentaliteit.
Er is de lobbying van bepaalde staten geweest (Canada) en van multinationals. En er zijn de tekortkomingen van de arbeidsgeneeskunde, van de algemene medische instanties, van de overheid en zelfs van vakbonden. De bewustwording werd overigens bemoeilijkt doordat men asbestose aanvankelijk, zoals silicose, eerder als een fataliteit beschouwde; door de opvatting dat het witte asbest minder gevaarlijk was; door de in medische kringen gangbare mening dat het kankerrisico van asbest gekoppeld was aan roken en door de stelling dat een inkapseling in asbestcement de gevaren drastisch reduceerde.
Dat de pers onderzoek over dat alles verricht en stimuleert is zeker verdienstelijk, maar zo'n opgave dreigt volledig te ontsporen als ze de verantwoordelijkheid van één persoon - Karel Vinck - centraal stelt, zeker in verband met een periode waarin adequate inzichten moeilijk te bereiken waren. Knack had een waardevolle bijdrage kunnen leveren, maar de misplaatste aanval op Karel Vinck van een paar weken geleden heeft die tot een niveau gereduceerd dat een ernstig debat hypothekeert.
Etienne Vermeersch (De auteur is moraalfilosoof.)
Addendum 5 maart 2012 nav een internetdiscussie
"Mijn tekst inzake asbest was een antwoord op een aanval van Knack op Karel Vinck die ik, als lid van de "Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid" had leren kennen toen die voorzitter was. Hij had op mij een diepe indruk van ernst en integriteit nagelaten. Uit zijn dossier blijkt dat hij alleen in de jaren '70 bij Eternit betrokken was. Ik heb nagegaan in welke mate het besef van de ernst van de gevaren van asbest toen reeds in voldoende mate bekend was. Het blijkt dat de risico's pas echt in brede kring duidelijk werden na een symposion in Montreal in 1982. Tot dan toe - en ook nog later - werd vooral beklemtoond dat de blauwe asbest gevaarlijk was, in tegenstelling met de witte; en dat asbest gevaarlijk kon zijn in combinatie met roken. Velen dachten dat de ziekte zoiets was als silicose, wat ongetwijfeld samenhing met het werken in de mijnen; maar daarvoor heeft men nooit een mijn gesloten.
In elk geval was de situatie in de jaren '70, toen Karel Vynck voor Eternit werkte, nog niet helemaal duidelijk. De Franse Académie des Sciences vond de voordelen van asbest veel groter dan de nadelen en ook de (communistische) vakbond CGT ijverde tegen een verbod op asbest.
Ik heb uiteraard nooit een industrie gesteund; ik heb alleen Karel Vynck gesteund. Ik denk nog altijd dat ik hierin gelijk had.
Wel betreur ik dat zoveel instanties in de politiek, de vakbonden, de arbeidsgeneeskunde enz., de situatie onvoldoende grondig hebben onderzocht en nog meer betreur ik dat door het lobbywerk vanuit de Canadese regering en vanuit de grote bedrijven, de drastische maatregelen slechts vanaf de jaren '90 ingang hebben gevonden."
Etienne Vermeersch