De grens tussen wetenschap en pseudowetenschap valt niet scherp te trekken. Desalniettemin blijft het onderscheid zinvol. Ook de grens tussen volwassenheid en onvolwassenheid is niet scherp; toch is dat onderscheid nuttig.
De grens tussen wetenschap en pseudowetenschap valt niet scherp te trekken. Desalniettemin blijft het onderscheid zinvol. Ook de grens tussen volwassenheid en onvolwassenheid is niet scherp; toch is dat onderscheid nuttig.
Een pseudo-wetenschap is een verzameling van opvattingen die worden gepresenteerd alsof ze wetenschappelijk zijn, terwijl dit niet het geval is.
Een theorie is slechts wetenschappelijk als ze empirisch getoetst kan worden. Dit houdt in dat men uit de theorie hypothesen kan afleiden die voldoende nauwkeurig en controleerbaar zijn opdat ze door de feiten bevestigd of weerlegd zouden kunnen worden. De twintigste-eeuwse filosoof Karl Popper had het in dit verband over "falsifieerbaarheid". Een theorie is slechts falsifieerbaar als het in principe mogelijk is om ze te weerleggen. Als ze door geen enkel denkbaar feit kan worden tegengesproken, en met andere woorden alles verklaart, dan is ze niet falsifieerbaar en bijgevolg niet wetenschappelijk. De idee van falsificatie impliceert dat een hypothese interessanter is naarmate ze preciezer - en dus minder waarschijnlijk - is. En uitspraak zoals "het zal volgend jaar regenen" is triviaal, omdat de waarschijnlijkheid dat de uitspraak klopt zeer hoog is. Nemen we evenwel de uitspraak "dat het op een bepaald uur van een bepaalde dag van een bepaald jaar op een bepaalde plaats zal regenen", dan is de kans dat ze waar zal blijken te zijn veel kleiner.
Einsteins algemene relativiteitstheorie, bijvoorbeeld, stelt dat licht wordt aangetrokken door zware voorwerpen. Einstein voorspelde daarom dat het licht dat van een ster afkomstig is en langs de zon passeert, zal afwijken van zijn baan omwille van de aantrekkingskracht van de zon. Deze uitspraak, die men als een hypothese kan beschouwen, was zeer informatief, omdat ze zeer onwaarschijnlijk was. Ze werd in 1919 getest tijdens een zonsverduistering, en bleek te kloppen. Einsteins theorie is wetenschappelijk, niet zozeer omdat zijn voorspelling betreffende de afwijking van het licht correct was, maar omdat het principieel mogelijk is om aan te tonen dat ze niet waar is. Had men in 1919 ontdekt dat het licht van de ster niet door de zon wordt aangetrokken, dan was Einsteins theorie "gefalsifieerd". Dat had de theorie niet onwetenschappelijk gemaakt, maar eenvoudigweg vals. Pseudo-wetenschappen worden nu ondermeer hierdoor gekenmerkt dat men er geen nauwkeurige hypothesen of voorspellingen kan uit afleiden, of dat men de "voorspellingen" niet kan falsifiëren. Zo zal bijvoorbeeld een astroloog "voorspellen" dat iemand die geboren is met Venus in de schorpioen, in het vijfde huis en in oppositie met Saturnus, een neiging heeft tot het vertonen van seksueel gedrag, maar aangezien Schorpioen een teken van lijden is, kan dit gedrag sadomasochistische trekken vertonen, wat evenwel kan verstoord worden door de oppositie met Saturnus, enzovoort. Dergelijke "voorspellingen" zijn zeer vaag, en het is volkomen onduidelijk hoe ze ondubbelzinnig zouden kunnen worden weerlegd, of gefalsifieerd.
Verder maken aanhangers van pseudo-wetenschappen vaak gebruik van wetenschappelijk jargon, zonder dat evenwel duidelijk wordt gemaakt wat daar precies mee bedoeld wordt. Men heeft het bijvoorbeeld over "energievelden", "krachten", "stralingen", enzovoort, maar bij nader onderzoek verwijzen deze termen, zoals ze in hun pseudo-wetenschappelijke context worden gebruikt, niet naar iets dat in de werkelijkheid voorkomt. Men kan hier ondermeer denken aan het geloof in telepathie, aardstralen en bioritmes. Tenslotte kan men ook die theorieën als pseudo-wetenschappelijk beschouwen die wèl toelaten om voorspellingen te doen, maar die reeds afdoende gefalsifieerd zijn, terwijl men er toch geloof aan blijft hechten. Voorbeelden zijn ondermeer het creationisme, homeopathie en allerlei complottheorieën.
Belangrijk is ook dat een waardevolle theorie, of hypothese, beter moet zijn dan alternatieve theorieën of hypothesen. Pseudo-wetenschappen pogen vaak "oplossingen" te geven voor bepaalde problemen die veel beter worden verklaard door de gangbare wetenschappelijke kennis. Bovendien streven wetenschappelijke theorieën ernaar om consistent te zijn met andere theorieën, zodat bijvoorbeeld de fysica coherent is met de biologie, met de scheikunde, enzovoort. Pseudo-wetenschappen daarentegen zijn niet alleen onderling tegenstrijdig, maar ook onverzoenbaar men fundamentele, wetenschappelijke inzichten.