Xenofobie? Reactie van Etienne Vermeersch op een column in De Standaard.

Bij mijn terugkeer van een reis naar het buitenland word ik geconfronteerd met een column van Marcel van Nieuwenborgh (,,Alles welbeschouwd'', DS 13 mei), die ik als beledigend en zelfs lasterlijk ervaar.

 

Die editie van de krant is in grote mate gewijd aan de racistische moorden in Antwerpen en uitgerekend hier word ik van xenofobie verdacht en worden mijn uitspraken op één lijn gesteld met het haatproza van Paul Belien. Kan het nog onrechtvaardiger? De mensen van Afrikaanse en Aziatische afkomst die ik vriend of vriendin mag noemen, zullen getuigen dat xenofobie mij volkomen vreemd is en de vreemdelingen' die in hoge nood bij mij een laatste redplank vonden, zullen hen zeker bijtreden.

Sinds jaren voer ik in diverse media een intense strijd tegen het Vlaams Blok/Vlaams Belang, waarbij ik zowel hun neonazi-oorsprong als hun racisme onder de aandacht breng. Lang voor Karel De Gucht heb ik op de VRT-TV de kiezers van Vlaams Belang erop gewezen dat hun stemgedrag het racisme banaliseert en dus immoreel is. De hatemail die ik hiervoor mocht ontvangen staat nog altijd op mijn vaste schijf; van Nieuwenborgh mag ze met de zijne vergelijken.

Maar waarom dan deze aanval? Het denkpatroon is bekend: wie uit respect voor de waarheid zaken durft te zeggen die niet lijken te sporen met een simplistische vorm van correct denken', wordt onmiddellijk met Vlaams Belang geassocieerd. Intellectuele eerlijkheid wordt dan overbodig.

Van Nieuwenborgh beweert dat ik gezegd zou hebben dat er bij de mensen die kerkasiel zoeken ,,tal van dieven konden tussen zitten''; hij weet dat dat niet waar is. Ik zou het gehad hebben over een man die in zijn land was veroordeeld voor zware diefstallen; toch heb ik duidelijk gezegd dat die man in ons land was veroordeeld en hier opnieuw in staat van beschuldiging was gesteld.

En de kwade trouw druipt ervan af wanneer hij mijn verwijzing naar de Barmhartige Samaritaan' bespreekt. Ik wees erop dat die parabel gaat over iemand die zich met zijn persoonlijke hebben en houden inzet voor de medemens, wat alle lof verdient, maar dat wie zich, verbaal, uitspreekt voor (min of meer) open grenzen, niet zichzelf engageert, maar ons hele sociaal systeem en daarbij vooral de zorg voor onder meer de hoogbejaarden, langdurig zieken, gehandicapte kinderen in het gedrang kan brengen. Het is gemakkelijk genereus te zijn ten koste van zwakkeren en het is even gemakkelijk afzonderlijke handelingen te beoordelen zonder zich zorgen te maken over hun gevolgen op lange termijn. Integer nadenken en verantwoordelijkheid opnemen is iets anders.

Alleen dit nog. Degenen die, zoals ik, het voorrecht hadden Laurence, de innemende en warme moeder van Luna, te leren kennen, zijn door de moord op het kindje en haar oppas op een bijzondere wijze aangegrepen. Ik mag er niet aan denken dat zij dit stuk zou hebben gelezen.