De god van Christophe Vekeman. Reactie van Etienne Vermeersch op een stuk in De Standaard.

Al ongeveer 45 jaar lang verdedig ik stellingen over uiteenlopende onderwerpen. Nooit heb ik het mensen kwalijk genomen dat ze het met mij oneens waren of een discussie met hen geweigerd; integendeel: I love it. Maar ik heb het moeilijk met publicisten als Christophe Vekeman (,,Het is wat het is'', DS 26 september) die mij geregeld met scheldproza bedenken, zonder ooit één thesis van mij gelezen, laat staan weerlegd te hebben. Om de leegte van die kreten aan te tonen wil ik voor één keer antwoorden.

 

Volgens hem zou ik beweren dat er niets is. Het spijt me, maar ik ben overtuigd dat het heelal bestaat en dat er een boeiend geheel van wetten in werkzaam is; dat is niet niets. Maar misschien bedoelt hij de stelling dat God niet bestaat; ook die heb ik echter nooit verdedigd. Ik heb al meerdere keren uitgelegd dat ik niets kan zeggen over een woord waaraan men geen betekenis heeft toegekend. Ik ben inderdaad zeker dat Zeus en Apollo zoals de Griekse mythologie die opvat, niet bestaan; evenmin bestaat de Quetsalquatl van de Azteken. Ik ben zelfs zeker dat de kabouters en elfjes zoals die in sprookjes beschreven zijn, niet bestaan. Als Vekeman daar niet zeker' van is, dan is dat zijn probleem.

Daarnaast heb ik ook solide argumenten om te beweren dat de God van het christendom, zoals die in de katholieke, anglicaanse en protestantse confessies tot in de zeventiende eeuw werd gedefinieerd, niet bestaat. Tot nu toe is er over dat standpunt veel gescholden, maar niemand heeft mijn argumenten terzake weerlegd.

Ten slotte kan ik Vekeman mededelen dat ik geen dier ben, maar toch niet ten onder ga aan wat hij de verpletterende zinloosheid van de wereld noemt. Wie niet rationeel kan denken, voelt zich allicht vlug verpletterd.